TKV New Mexico
Maria Delhaize had met zes verschillende mannen in minstens drieëntwintig verschillende huizen gewoond. Haar leven was tot nu toe grotendeels opgegaan aan het wegkomen uit het verstikkende leefklimaat van haar ouderlijk huis en aan het tegen beter weten in steeds opnieuw aangaan van relaties die haar in nieuwe woningen brachten, maar haar nooit een gevoel van thuiszijn gaven. Ze was altijd te rusteloos geweest om zich te binden, maar haar denkpatronen te vastgeroest om zich vrij te voelen. Als kind had ze het heerlijk gevonden om te tekenen en te schilderen. Dat herinnerde ze zich niet. Dat maakte ze op uit een klein stapeltje werkjes uit haar basisschooltijd die door haar moeder samen met haar speen, eerste schoentjes en een aftands knuffelbeest in een doorleefde schoenendoos waren bewaard. Op de tekeningen stonden nooit mensen, was haar later opgevallen. Wel dieren en veel natuurlijke elementen, zoals bloemen, bomen, schelpen, rivieren, de zee en de zon. Dit alles met veel kleur en fantasievolle proporties. Reusachtige topzware bloemknoppen op tere steeltjes. Dieren met enorme sprekende ogen. Behalve dit stapeltje kindertekeningen was er niets dat getuigde van haar creatieve aanleg. Toch sluimerende er bij haar een interesse voor de wereld van pencelen en verf, want rond haar drieëntwintigste kocht ze van haar spaargeld een lijvig side table book met schilderijen van de Amerikaanse schilder Georgia O’keeffe. Ze vond het in het schaars verlicht souterrain van een tweedehands boekwinkeltje. Ondanks weinige licht hadden de werken van O’Keeffe een magische aantrekkingskracht op haar. De kleuren waren intens zonder schreeuwerig te zijn. Maria’s vingers volgden de organische vormen op de pagina’s. Nergens werden die begrensd door harde lijnen. Alles vloeide in elkaar over, maar niets bleef vaag. Maria raakte gebiologeerd door de taal die O’Keeffe gebruikte om de wereld om haar heen te vertalen. Ze bekeek het boek in de jaren erna zo vaak dat de pagina’s op den duur loskwamen uit hun binding. Het boek verhuisde altijd met haar mee. Toch kreeg het in al die woningen nooit een eigen bijzettafel waarop het, iedere dag op een andere pagina, open kon blijven liggen. Het lag weggestopt in een hoekje van een kledingkast, onder de oude schoenendoos met haar kindertekeningen. Maria besefte pas jaren later dat haar hang naar kleur in die tijd was vervaagd tot de fletse tinten van de sleur in haar leven. Haar dagen teruggebracht tot RAL-nummer 9010 van de latex die ze steeds weer op een nieuwe muur smeerde. In dat patroon bevond ze zich in een vacuüm van gevulde tijd, maar met een leeg gevoel.
Op haar achtenveertigste zag ze de tweede helft van haar leven voor zich liggen als een groot leeg wit canvas en vond ze dat ze definitief een punt moest zetten achter het vruchteloos wachten tot haar leven zich vanzelf zou inkleuren. Ze had geen groots plan voor haar toekomst en hoe ze die wilde gaan vormgeven. Wel, zo had ze besloten, zou kleur voortaan het uitgangspunt moest zijn. Om maar gewoon ergens te beginnen en met het plezier dat van haar kindertekeningen straalde in gedachten, kocht ze bij een hobbywinkel een flink formaat schetsboek, tubes acrylverf, penselen en een doos met 100 kleurpotloden. Met deze materialen, een paar kledingstukken, het boek van O’Keeffe en de oude schoenendoos op de bijrijdersstoel, reed ze in haar cognackleurige Opel Corsa naar een familiecamping in de Vlaamse Ardennen. Maria had bij de eigenaren, een stel met drie jonge kinderen die een oproep hadden geplaatst voor een kinderoppas, een baantje besproken. Ze kon gratis haar intrek nemen in een stacaravan in een achteraf hoekje van het kampeerterrein. In de caravan rook het naar de jaren zestig. Het meubilair kon door voor ‘vintage’ en de wanden golfden achter hun beige toplaag. Maria vond het er prettig. Ze was vanaf de zijlijn getuige van de drukte op de camping. Ze kon er af en toe aan meedoen, maar kon zich eruit terugtrekken wanneer ze daar behoefte aan had. Vanaf waar haar caravan stond zag ze de rivier stilletjes voorbijstromen, ieder uur van de dag in een andere tint groen. Ze gaf er haar oude gedachten aan mee. Maria’s oppaskinderen waren dolblij met haar komst. Nog voordat ze haar luttele spullen een plekje had kunnen geven in haar nieuwe onderkomen, stormde het drietal er naar binnen en confisqueerden haar privéruimte alsof ze haar al heel hun leven kenden. Maria had weinig ervaring met de omgang met kinderen, maar ze moest lachen om hun enthousiasme en familiaire opstelling. De zomermiddagen op de camping waren vaak heet. De cicaden in het hoge gras langs de oever van de rivier zaagden de hitte snerpend doormidden. Maria liet zich door de joelende kinderen in het koele water trekken. Ze leerde dammetjes bouwen met keien die ze uit de modderige rivierbedding trok. Achter de dammetjes, waar de stenen de bodem niet langer vasthielden, ontstond een natuurlijke badkuip met heupdiep kleikleurig water. Daar zwommen ze kleine rondjes en lieten ze zich drijven. Op regenachtige dagen zaten ze aan het opklaptafeltje voor het groezelig raam van de caravan. Ze deden er spelletjes of maakten tekeningen of schilderijtjes op de achterkant van gebruikte pizzadozen die ze uit de papiercontainer achter de kantine visten. Maria zette het boek van O’Keeffe dan opengeslagen tegen het raam. De kinderen mochten om de beurt een schilderij van de kunstenaar uitkiezen om na te maken. Ze schilderde zelf het fanatiekst van allemaal. Ze werd bevangen door een onvermoeibare werklust. In hoog tempo produceerde ze het ene na het andere schilderij. Ze liet zich inspireren door de vormen van dingen in de directe omgeving van de camping; de stenen in de rivier, hoe het water zich eromheen boog, de brug over het water met zijn solide bogen, het geblokte patroon van de gewassen en grassen op de velden omzoomd met lage heggen, door vlinders en insecten op iriserende paarse kaardenbollen en de trompetvormige bloemen van de borstelkrans. Het leukst vond ze het om onderwerpen nauwkeurig te bekijken, daaruit een detail te kiezen en dat zover uit te vergroten dat er als het ware een nieuw abstract landschap ontstond. Ze probeerde alle kleuren uit haar uitpuilende etui met verftubes. Zwoegde op kleurovergangen tot het haar lukte om die pasteus en zijdeachtig in elkaar over te laten gaan, zodat geen mens kon zeggen welke kleur waar begon en waar die eindigde. Tijdens de lange zomeravonden, wanneer de kinderen al lang op bed lagen, oefende ze eindeloos met het terugbrengen van vormen tot hun essentie van vlakken en lijnen. Zette vormen aan of maakt ze vloeiender en gaf ze kleuren die het blote oog niet bij elkaar gefantaseerd krijgt. De stapel pizzadozen waarop ze consequent bleef werken en die ze onder haar bed bewaarde groeide gestaag. Het karton had iets non-pretentieus, wat haar voor haar gevoel een vrijbrief verschafte om veel te kunnen uitproberen. Bovendien gaf het een stevige ondergrond en uitgevouwen hadden de dozen een flink formaat. Soms plakte ze aan elkaar om op extra groot formaat te kunnen schilderen. Achteraf kon ze concluderen dat het die pizzadozen waren die haar uiteindelijk in New Mexico brachten. Dat kwam zo. Op een druilerige middag hadden Maria en de kinderen zitten schilderen. Ze zetten de pizzadozen rechtop om te drogen, overal in de caravan. Het zag er leuk en kleurrijk uit en de kinderen bedachten dat ze hun werken tentoon konden stellen in de kantine van de camping tijdens de wekelijkse avond met livemuziek. Daar zouden veel mensen op af komen, redeneerden ze, en misschien wilden sommigen hun schilderijen wel kopen. Ze rekenden zich al rijk. Maria grinnikte om hun optimistische snode plan. De kinderen stonden erop dat er ook schilderijen van Maria zouden hangen. Ze liet ze twee van haar werken uitkiezen uit de enorme stapel onder haar bed. Met een rol plakband gingen ze aan de slag in de kantine. Ze legden het boek van O’Keeffe opengeslagen op een bistrotafeltje ter illustratie naast een met de handgeschreven prijslijst waarop ze de prijzen meerdere keren hadden doorgestreept en verhoogd. Tot grote vreugde van de kinderen verkochten ze alle pizzadozen aan pastor Bertrand, de olijke geestelijke van de lokale kerk in het dorp die iedere week in de kantine kwam eten. Hij genoot van de muziek en van de gesprekjes met de campinggasten. Hij was een vrijzinnig type en geloofde heilig in de spirituele kracht van kunst, die hij met grote trots in de zijbeuken van zijn kerk tentoonstelde. Hij pakte dat professioneel aan. Er kwamen altijd massa’s bezoekers op af. Lokale mensen en veel wandelaars en fietsers die in de streek op vakantie waren. Hij lokte ze met een website, een hippe Instagrampagina en een stoepbord langs de weg. Op de bonte avond in de kantine zag Maria de pastor geïnteresseerd door het boek van O’Keeffe bladeren en vervolgens met de handen op de rug langs alle schilderijen lopen. Bij die van de kinderen zag ze hem geamuseerd glimlachen. Bij die van Maria bleef hij langer staan. Leunde voorover, stapte achteruit, wreef over zijn kin, leunde opnieuw naar voren en begon toen langzaam instemmend te knikken. Van de schilderijen keek hij naar Maria. Hij begon breed te grijnzen, trok een stapel briefgeld uit zijn binnenzak en liep er wapperend als een waaier mee naar haar toe. Hij kocht ze allemaal, verkondigde hij. Hij drukte Maria het geld in de hand, die gegeneerd haar blik afwendde en de kinderen riep om het geld aan hen over te dragen. Bertrand trok de stoel naast Maria achteruit, nam plaats en stak van wal. Hij prees haar werk. Uitte zijn bewondering voor haar bijzondere stijl, waarin hij terugzag dat Maria zich door O’Keeffe had laten inspireren, maar er een kenmerkende eigenzinnigheid in doorgevoerd had. Hij vroeg of ze er meer van had, van dat werk. Het verdiende namelijk een prominente plek in de zijbeuken van zijn kerk. Maria zette grote ongelovige ogen op en mompelde dat het probeersels waren die op de achterkant van pizzadozen waren geschilderd en dat je zoiets toch niet met goed fatsoen kon ophangen als expositie tussen echte kunst. Bertrand hief een mollige vinger op en begon zo enthousiast te knikken dat zijn vollemaanwangen ervan deinden. Hij wist met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat God nooit onderscheid zou maken tussen kunst op dure canvassen of afgedankte pizzadozen. Daaraan konden stervelingen een voorbeeld nemen. Vanachter een gekomde hand fluisterde hij in Maria’s oor dat ze nog versteld zou staan van waar die pizzadozen haar zouden brengen.
Binnen een week hingen Maria’s schilderijen tegen de dikke koele muren van de kerk. Ze keek verbluft naar de kleuren die onder de spotjes nog meer tot leven kwamen tegen de ingetogen tinten van de oude stenen erachter. De golven, vouwen en vetvlekken in het karton van de dozen stoorden haar eigenlijk niet meer. Bertrand was zeer tevreden, had een splinternieuwe poster van haar expositie in zijn stoepbord gestopt en de burgemeester uitgenodigd om de tentoonstelling te openen. Hij deelde een compilatie van Maria’s werk op de sociale media met de belofte: Maria Delhaize, de nieuwe Georgia O’Keeffe van Vlaamse bodem. De kerk kreeg vrijwel direct een stroom extra bezoekers, lokale inwoners en toeristen van heinde en verre. Maria dwaalde verbijsterd rond tussen al die belangstellenden en keek inmiddels naar haar werken alsof ze van een ander waren. Ze werd enthousiast aangesproken en ontving lovende reacties, ook over haar keuze om te werken op afgedankt karton. Ongeveer drie dagen na de opening van de expositie ontving pastor Bertrand een email uit New Mexico in de Verenigde Staten. Hij was afkomstig van de directeur van het Georgia O’Keeffe museum in Sante Fe. Hij schreef op formele maar vriendelijke toon dat hij Maria’s expositie online had ontdekt, dat hij geïntrigeerd was door Maria’s stijl van schilderen en het bijzonder vond dat ze consistent op kartonnen dozen werkte. Nergens ter wereld was hij een kunstenaar tegengekomen wiens stijl hem zo aan die van O’Keeffe deed denken. Zijn team en hij hadden een plan. Voor de jubileumviering van het museum wilden ze een speciale expositie inrichten van een hedendaagse kunstenaar. Als eerbetoon aan O’Keeffe. Kon Maria met haar schilderijen naar Santa Fe komen? En zo kwam het dat Maria nog geen maand later met al haar pizzadozen vertrok naar New Mexico.
Pastor Bertrand vertelt nog heel vaak over de doorbraak van Maria Delhaize in zijn kerk. Ze hebben ook nog regelmatig contact, Maria en hij. Zo vertelde ze hem aan de telefoon dat de New Mexicanen weglopen met haar schilderijen. Ze schildert de omgeving daar, dingen die de Santa Fee-ers herkennen. Dat vinden ze fantastisch. Inmiddels heeft ze meerdere opdrachten voor schilderingen op ‘Amerikaans formaat’. Dat gaat eerder over meters dan cm, legde ze hem uit. Ze weet niet wat haar overkomt, ging ze verder. Wie had dat ooit gedacht. De eerste weken na haar aankomst in Santa Fe logeerde ze bij het gezin van een van de medewerkers van het museum. Aardige gastvrije mensen met een lichte gereserveerdheid. Nu woont ze op een trailerpark in een reusachtige zilverkleurige Airstream. Weinig muren om te sauzen, motiveerde ze haar woningkeuze met een grinnik. Het trailerpark ligt niet ver van het museum, waar ze een grote werkruimte tot haar beschikking heeft. Haar gigantische schilderingen komen door heel Sante Fe te hangen in winkelcentra, woonresidenties, een bibliotheek en een treinstation. Sinds de pizzadoos-tentoonstelling ontstaat er een serieuze plek voor haar tussen de kunstenaars in Santa Fe. Onlangs stuurde Maria Bertrand een berichtje met een foto van het interieur van haar Airstream. Ze was trots op haar plekje schreef ze, ze voelde zich er zowel thuis als vrij. In het midden van de foto herkende Bertrand het oude beduimelde side table book van O’Keeffe. Het lag netjes opengeslagen op een kniehoog glazen tafeltje.